Over de voorbije dertien jaar zijn we met vallen en opstaan tot de vaststelling gekomen dat drie domeinen uitermate cruciaal zijn bij het correct lezen en interpreteren van de aandelenmarkten:
- Met stip op plaats één, de Oostenrijkse Theorie van de Economische Cyclus. Deze theorie leert ons dat manipulatie van de interestvoet door de creatie van krediet uit het niets – de bron van welvaart volgens menig “econoom” – onder meer resulteert in een marktverstorende werking met artificieel verhoogde bedrijfswinsten tot gevolg.
- De psychologie van de belegger vertrekkende van de inzichten van Benjamin Graham zoals neergepend in Security Analysis, editie 1934 en The Intelligent Investor, editie 1949 (inclusief het voorwoord van John C. Bogle).
- Financiële geschiedenis. Hierbij is het niet noodzakelijk om tientallen werken omtrent de geschiedenis van de financiële markten door te nemen: “History does not repeat itself, but it rhymes” (Mark Twain). Een tweetal werken – waaronder bijvoorbeeld The Great Crash 1929 van Galbraith en The Crowd van Le Bon – vormen reeds een solide basis.


